Let op: het is niet meer mogelijk om een aanvraag in te dienen voor deze subsidie. Naar verwachting wordt rond april 2025 een nieuwe ronde geopend.

GLB-regeling Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden


Werkt u als agrariër in het Friese veenweidegebied? En wilt u de grondwaterstand in dit gebied verhogen of minder intensief melkvee houden op uw bedrijf (extensiveren)? U kunt in een samenwerkingsverband subsidie aanvragen bij de RVO. Deze subsidie voor Categorie 2: Grondwaterstand verhogen en mogelijk extensivering in veenweidegebieden is onderdeel van de regeling Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden.
(Aanvulling d.d. 30 mei: de aanvraagperiode voor deze categorie 2 subsidie is verlengd tot en met vrijdag 28 juni).

Vanuit het Veenweideprogramma zien wij deze subsidie als een kans om de doelen van het Veenweideprogramma sneller te bereiken. Om het voor u als initiatiefnemer makkelijker te maken, hebben wij een stappenplan gemaakt en hebben wij een aantal vaak gestelde vragen (FAQ's) van antwoorden voorzien. Het stappenplan en de FAQ's vindt u op deze pagina.

Belangrijk is om te beseffen dat voor het verhogen van het oppervlaktewaterpeil maatregelen moeten worden genomen door Wetterskip Fryslân. Denk hierbij aan het aanbrengen van zogenaamde kunstwerken zoals inlaten en stuwen. Hiervoor moeten door Wetterskip Fryslân de nodige kosten worden gemaakt die wel in verhouding moeten staan tot de opbrengsten van de maatregelen. Twijfelt u aan de doelmatigheid of de technische haalbaarheid van uw idee, neem dan telefonisch contact op met uw rayonbeheerder via telefoonnummer 058-292 22 22.

Mocht u al een (potentieel) samenwerkingsverband met voldoende hectares hebben gevormd en heeft u hulp nodig bij stap 1 of stap 5 van onderstaand stappenplan, dan kan het veenweide programmateam een landbouwadviseur ter beschikking stellen. Neem hiervoor contact op met Nico Viersen, per e-mail via n.viersen@defryskemarren.nl of telefonisch op: 06-484 247 05. 


Het stappenplan


Stap 1. Haalbaarheid minder dan 10 ton CO2-uitstoot/ha bepalen

Middels de Grondsoortenkaart van RVO voor de Meststoffenwet bepalen of de beoogde percelen als veengrond worden aangemerkt. 

Vervolgens met behulp van Dashboard SOMERS 2.0 bepalen of het op de beoogde (en als veengrond aangemerkte) percelen haalbaar is om onder de 10 ton CO2-uitstoot per hectare te komen met een peilverhoging tot 40 (of 30 of 20) cm minus maaiveld*. Ga hiervoor naar https://www.nobveenweiden.nl/bevindingen-dashboard/.

*Mocht nu al blijken dat de uitstoot onder de 10 ton uitstoot zit, dan is een minimale reductie van 5% noodzakelijk.

Bij positief resultaat door naar stap 2.

 

Stap 2. Samenwerkingsverband vormen

Verzamel een aantal geïnteresseerden om u heen om een samenwerkingsverband te vormen, waarmee er minimaal 200 ha land in het beoogde project zit, en bepaal wie de penvoerder wordt.

Samenwerkingsverband gevormd, door naar stap 3.

 

Stap 3. Kaart met te vernatten percelen (minimaal 200 ha, liefst ruim daarboven) aanleveren

Goed leesbaar kaartje aanleveren via veenweide@fryslan.frl, waar duidelijk uit op te maken is om welke percelen het gaat. Daarnaast ook graag aangeven waar de inlaat en eventuele stuwen en/of stuwbakken moeten komen. Middels een QuickScan bepaalt Wetterskip Fryslân of de benodigde peilverhoging haalbaar is.

Bij (voldoende) positief resultaat door naar stap 4.

 

Stap 4. Akkoordverklaring buren en andere belanghebbenden

Om verrassingen te voorkomen is het belangrijk dat eigenaren, gebruikers van belendende percelen en andere belanghebbenden (denk aan bijvoorbeeld gemeente en nutsbedrijven) een akkoordverklaring afgeven voor het plan om over te gaan tot peilverhoging. Deze akkoordverklaring is ook noodzakelijk voor het verkrijgen van de watergunning (zie stap 6).

Bij akkoord van alle belanghebbenden door naar stap 5.

 

Stap 5. Opstellen en indienen aanvraag

Opstellen van een projectplan, begroting (incl. onderbouwing) en samenwerkingsovereenkomst volgens de formats van RVO, percelen registreren en aanvraag indienen (zie https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/samenwerking-veenweide-natura-2000).

Na positief besluit RVO door naar stap 6.

 

Stap 6. Aanvragen watervergunning

Is de aanvraag toegekend, dan wilt u aan de slag met de vernattingsmaatregelen. Om het peil te mogen verhogen heeft u een watervergunning nodig van Wetterskip Fryslân. Dit kan via https://www.wetterskipfryslan.nl/melden-en-regelen/vergunningen-wetten-en-regels/vergunning-check-meteen-of-maak-een-afspraak.

 

Aandachtspunten/tips:

  • Voor de toekenning van de subsidie wordt gewerkt met een puntensysteem. Hoe meer punten, hoe groter de kans dat de aanvraag wordt gehonoreerd, doordat het plan dan een hogere ranking krijgt. Zie hiervoor https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-29658.html#d17e4585.
  • In het plan moet minimaal 80% agrarisch grasland zitten. Dit biedt de mogelijkheid om ook naastgelegen natuurlijk grasland in uw plan te betrekken. Zoek hiervoor samenwerking met de betreffende natuurbeheerder.
  • Vraag na toekenning van de subsidie direct uw watervergunning aan. De doorlooptijd tot goedkeuring bedraagt doorgaans drie maanden.
  • LTO Noord organiseerde eind februari een informatief webinar over de Samenwerkingsregeling. U kunt het webinar en de presentatie van Marieke de Groot (LNV) bekijken via deze link. Een bijbehorend overzicht met vragen en antwoorden over grondwaterstandverhoging in veenweidegebieden downloadt u hier
  • Ook het RVO hield op 14 maart een webinar over het onderwerp, eveneens met medewerking van Marieke de Groot van LNV. Dit webinar is terug te kijken via deze link.
  • Bij vragen over deze regeling, kijk eerst bij de veel gestelde vragen onderaan deze pagina. Staat uw vraag er niet bij, stel deze dan via veenweide@fryslan.frl.

Vaak gestelde vragen (FAQ's)

De minimaal 200 ha hoeft niet aaneengesloten te zijn. 

Bij een combinatie van extensivering en peilverhoging dient de totale oppervlakte van het samenwerkingsverband minimaal 200 ha te zijn.

Aandachtpunt hierbij is dat de percelen veengrond van deelnemers die alleen meedoen met de extensivering ook meetellen bij de percelen waar peilverhoging op wordt toegepast. Gemiddeld moeten alle percelen veengrond die meedoen in het samenwerkingsverband minimaal voldoen aan de instapeisen.

Bij extensivering maakt het niet uit wat de uitgangspositie is, als men maar extensiever wordt. 

Op dit moment zijn er diverse maatregelingen in ontwikkeling. In de Friese veenweidesituatie willen we bijvoorbeeld, in het kader van grondwaterpeil, na 4 jaar de subsidie laten opvolgen met onze Compensatie Systematiek Veenweide (CSV). Eventueel mag de deelnemer terug naar de oude situatie.

Mochten er, in Somers 2.0, percelen zijn met onjuiste peilen dan dient dit te worden aangetoond. 

Dit kan niet worden aangevraagd via deze subsidie

Als je een jaar wacht, is de volgende openstelling voor een periode van 3 jaar, omdat dit binnen dezelfde GLB-periode moet vallen als de komende openstelling.

Nee, men kijkt daar nu niet naar. Veelal omdat deze ANLB pakketten maar voor een klein deel van de beoogde 200 ha gelden en zeker niet voor het gehele jaar. dus wordt dat 'gewoon' buiten beschouwing gelaten.

Ja, het gaat om een vaste peilverhoging tijdens de zomer (1 april - 1 oktober) voor 4 jaar. Elk jaar tussen deze maanden wordt het peil verhoogd naar een zogenoemd ‘zomerpeil’. Het peil kan dus in deze periode niet (tijdelijk) omlaag, bijvoorbeeld tijdens natte zomers. Voor deze peilverhoging is een watervergunning nodig, dat is een tijdelijke afspraak over het te voeren zomerpeil gedurende een afgesproken periode.

Ja, daar wordt niet op getoetst door RVO.

Volgende openstelling is tussen 01-02-2025 en 31-03-2025.

De GLB-subsidie loopt tot en met 31-12-2028.

Begin november wordt bekend of de subsidie wordt toegekend.

Om deze versnippering (en de nadelige gevolgen daarvan) zoveel mogelijk te voorkomen, wordt er de voorkeur aan gegeven dat er gebruik wordt gemaakt van huidige peilbepalende kunstwerken (zoals stuwen en inlaten). Uitzonderingen kunnen worden gemaakt, er wordt gedacht aan een minimale gebiedsgrootte van 20 hectare. Dit is natuurlijk wel afhankelijk van de benodigde inspanning voor de (her)inrichting. Is een goedkoop bochtstuk genoeg, dan vergroot dat de haalbaarheid. Ten slotte is ook de plek van het (deel)gebied in het watersysteem van belang in relatie tot het functioneren daarvan. Een positief beheerdersoordeel zal daarin benodigd zijn.