Draagkrachtdemo: altijd een bandenspanningsmeter op zak

Hoe kun je op vernat veenland nog uit de voeten met zwaar materieel? Een lagere bandenspanning is al een mooi begin, zegt adviseur Sjon de Leeuw. Het was een van de lessen tijdens een praktijkdemonstratie eind september op de Hegewarren.

29 ton weegt de combinatie van trekker en mesttank (vol water) waarmee loonwerker Peter Toering (uit Oudega Sm) het veenweideland van melkvee-demonstratiebedrijf op de Hegewarren op de proef stelt. De zode golft voor en achter zijn wielen, als een groene boeg- en hekgolf. Maar waar het wateroppervlak zich na het passeren van een boot weer netjes sluit, blijft hier een ferm bandenspoor achter.

Die bandafdrukken liggen 16,5 centimeter beneden het maaiveld, stelt mechanisatieadviseur Sjon de Leeuw van PPP-Agro Advies in IJsselstein vast met een balkje en een meetlint. De bodem is in het spoor meteen ook zo dicht ineengeperst dat-ie een stuk minder doordringbaar is geworden. Dat constateert Nyncke Hoekstra van het Louis Bolk Instituut met een penetrometer, een instrument dat de weerstand en daarmee de verdichting van de bodem meet. Ze moet in het spoor een stuk harder duwen om de punt van het meetapparaat in de bodem te krijgen.

Grip op draagkracht

De metingen zijn onderdeel van een praktijkdemonstratie van Stichting VIP-Hegewarren. De demomiddag is opgezet om boeren te leren hoe ze grip houden op de draagkracht van hun grasland, zodat het land niet wordt vernield wanneer het waterpeil wordt verhoogd voor het behoud van het veen. Vijftien agrariërs volgen de uitleg met belangstelling.

Met een megafoon praat Sjon de Leeuw het mechanisatiedeel aan elkaar. Enthousiast dirigeert hij trekkerchauffeur Toering verschillende malen over het land en door een voor deze gelegenheid gefreesde dwarsstrook, waarin de bandindrukken goed zicht- en meetbaar zijn. 

Wisselende bandenspanning

Trekker en mesttank zijn uitgerust met een luchtdrukwisselsysteem dat het mogelijk maakt om testritjes te maken met wisselende bandenspanning. De tank heeft bovendien een schuifas, om de beide voorste wielen een bandbreedte naar buiten te zetten. Dat scheelt weer in de druk op het land. Ook een trekker met balenpers en een lichtere combinatie met een opraapwagen mogen hun sporen trekken.

De hoofdconclusie van de demonstratie verrast niemand: hoe lager de druk op het land, hoe kleiner de spoor- en verdichtingsschade. En toch houdt lang niet iedereen hier rekening mee, weet De Leeuw. Terwijl het ook kan zonder zo’n duur luchtdrukwisselsysteem. Met een simpele bandenspanningsmeter – de adviseur heeft er altijd eentje op zak – en een rekenmachientje kom je ook al een eind.

Opbollende wangen 

De Leeuw heeft voorafgaand aan de veldproef, toen Toerings combinatie nog op het beton stond, al met kalkpoeder laten zien wat het verlagen van de luchtdruk doet met het contactoppervlak van banden. Dat neemt een stuk toe, en dat scheelt in de druk op het land. De winst zit niet in de breedte, ondanks de opbollende wangen, maar juist in de lengterichting.

Wie aan het rekenen slaat met een combinatie van massa, contactoppervlak en luchtdruk, moet zien uit te komen op een druk die lager is dan 1 kilogram per vierkante centimeter. De Leeuw: ‘Als je daaronder weet te komen, lukt het in ieder geval om de schade minimaal te houden.’

Wie dat te ingewikkeld vindt, kan ook beginnen met het aanpassen van zijn bandendruk. Een druk van 0,8 tot 1 bar is doorgaans het beste om de zode te ontzien, zegt De Leeuw.  Alleen wanneer je lange afstanden moet rijden om bij dat land te komen, is dat minder gunstig, want zachte banden slijten sneller op asfalt. Op het land is slijtage geen factor.

Strak in de velgen

Een groot deel van het rollende landbouwmaterieel rijdt met veel te harde banden, bezweert De Leeuw. Soms is dat bewust. Loonwerkers die veel kilometers maken, hebben daar belang bij. Ze slijten minder en rollen zuiniger. Vaker is het onbewust, gewoon omdat er niet wordt gemeten. Kijk alleen maar nieuwe machines, zegt De Leeuw. Die worden vaak afgeleverd met banden die loeihard zijn opgepompt, om ze strak in de velgen te duwen. Nadien kijkt niemand er meer naar om.

Eigenlijk zou je op kwetsbaar veenland met lichter materieel aan de slag moeten gaan, verzucht de adviseur. Die boodschap past alleen niet zo goed bij de voortgaande schaalvergroting, die zijn uitwerking heeft op bedrijven én machines.

Draagvermogen in cijfers

Op het melkveebedrijf van VIP-Hegewarren lopen verschillende onderzoeken die nieuw licht kunnen werpen op het draagkrachtvraagstuk. Ook die werden belicht tijdens de demomiddag.

Zo is Nyncke Hoekstra betrokken bij een landelijk VIP NL-project waarbij het streven is het draagvermogen van land in cijfers te vatten. Er zijn nogal wat factoren om rekening mee te houden, somt ze op: welke weer- en seizoensinvloeden spelen mee, is de bovenlaag nat of droog, hoe is de bodemsamenstelling, welke grassen staan er, wordt er beweid en zitten er veel veldmuizen?

Zelfstandig bodemvorser Klaas Kooistra stort zich op bodemprofielen, om te zien welke veenlagen het gevoeligst zijn voor verdichting. WUR-onderzoekers Bert Philipsen en Gertjan Holshof onderzoeken op hun beurt hoe grasplantjes reageren op verschillende beweidingssystemen en maairegimes en wat dit doet met de melkopbrengst.

Draadloos weiden 

Gerbrich Bonekamp (Louis Bolk) test met het Jersey-vee van het proefbedrijf het ‘dynamisch draadloos weiden’. Hierbij worden koeien met een gps-halsband binnen hun graasdomein gehouden. Rasters zijn niet nodig. Als een dier afdwaalt, produceert de halsband een corrigerend geluidsignaal en - als dat niet genoeg is - een schok. De koeien hebben het systeem snel door, zegt Bonekamp. Haar grootste uitdaging is de GPS-nauwkeurigheid. Het lukt bijvoorbeeld nog niet een smalle strook langs een greppel buiten bereik van de dieren te houden. Juist daar is de kans op vertrappingsschade het grootst in natte tijden.

Het lukt ondertussen met infiltratieproeven op de Hegewarren al heel aardig om water in het land te brengen met diverse greppel- en drainagesystemen. Grote conclusies wil Idse Hoving (WUR) hier na twee zomers - waarvan eentje kurkdroog - nog niet aan verbinden. Duidelijk is wel dat het bij alle testvarianten lukt om de grondwaterstand op te trekken. Wat opvalt is dat passieve infiltratiesystemen weinig onderdoen voor actieve drukdrainage, terwijl die variant duurder en kwetsbaarder is.